Iemand die in de politiek werkt. Hij of zij maakt keuzes, bespreekt plannen en vertegenwoordigt de mensen die hebben gestemd.
Antwoord invullen op 1-V
Een manier van besturen waarbij de inwoners van een land invloed hebben door te stemmen.
De meerderheid bepaalt wie mag besturen.
Antwoord invullen op 2-H
Gesprekken tussen partijen na de verkiezingen. Ze proberen
afspraken te maken zodat ze
samen genoeg stemmen hebben om een regering te vormen.
Antwoord invullen op 3-V
Een groep mensen die de wetten van de Tweede Kamer nakijkt.
Ze mogen geen nieuwe wetten maken, maar alleen goedkeuren of afwijzen.
Antwoord invullen op 4-H
Een moment waarop mensen stemmen om te bepalen wie het land, de provincie of de gemeente mag besturen en belangrijke
beslissingen mag nemen.
Antwoord invullen op 5-V
Een gesprek tussen politici waarin zij hun meningen geven over een onderwerp. Ze proberen elkaar te overtuigen en de kiezers te laten zien wat zij vinden.
Antwoord invullen op 6-V
Een deel van het land dat een
eigen bestuur heeft.
De . . . . regelt zaken zoals
natuur, grote wegen en regionale plannen.
Antwoord invullen op 7-H
Een groep partijen die samenwerkt om genoeg stemmen te hebben om te regeren.
Ze moeten samenwerken om plannen en wetten te kunnen uitvoeren.
Antwoord invullen op 8-H
De periode voor verkiezingen waarin politici uitleggen waarom mensen op hen moeten stemmen.
Ze gebruiken posters, tv-programma’s en toespraken om hun ideeën te verspreiden.
Antwoord invullen op 9-H
Een groep gekozen mensen die besluiten neemt voor een stad of dorp.
Ze beslissen over dingen zoals sportvoorzieningen, groen en bouwprojecten.
Antwoord invullen op 10-V
De gekozen vertegenwoordigers van een provincie.
Zij bepalen welke regels en
plannen er in hun provincie komen.
Antwoord invullen op 11-V
Een lid van het bestuur van de provincie.
Zij zorgen ervoor dat de plannen van de provincie worden
uitgevoerd, bijvoorbeeld over
verkeer of natuurbeheer.
Antwoord invullen op 12-V
Het geheel van mensen en
organisaties die een land
besturen.
De . . . . . zorgt voor regels,
veiligheid, onderwijs en nog veel meer.
Antwoord invullen op 13-H
De belangrijkste wet van een land.
Hierin staan de basisregels, zoals vrijheid van meningsuiting en het recht om te stemmen.
Antwoord invullen op 14-H
Een groep mensen met dezelfde ideeën over hoe het land bestuurd moet worden.
Ze proberen samen genoeg
stemmen te krijgen om mee te besturen.
Antwoord invullen op 15-H
Een groep van volksvertegenwoordigers die wetten maakt en controleert of de regering haar werk goed doet.
Zij worden gekozen door het volk.
Antwoord invullen op 16-V
De plek waar mensen naartoe gaan om te stemmen.
Vaak is dat een school, bibliotheek of buurthuis in de buurt.
Antwoord invullen op 18-H
Pogingen van mensen of
organisaties om politici te
overtuigen om rekening te
houden met hun belangen bij het maken van nieuwe plannen of wetten.
Antwoord invullen op 19-V
De groep mensen die het land
bestuurt.
Ze maken plannen, voeren
wetten uit en zorgen dat het land goed functioneert.
Antwoord invullen op 20-H
De dingen die voor mensen
belangrijk zijn, zoals werk,
gezondheid of milieu.
Politici moeten rekening houden met veel verschillende . . . . . .
Antwoord invullen op 21-H
Iemand die tijdens verkiezingen zijn of haar stem uitbrengt.
In Nederland mag je stemmen
vanaf 18 jaar.
Antwoord invullen op 22-V
De partijen die niet in de regering zitten.
Ze controleren de regering en
geven kritiek of andere ideeën.
Antwoord invullen op 23-H
Een papier waarop je kunt
aangeven op welke partij je stemt.
Je vult dit in en stopt het in een speciale stembus.
Antwoord invullen op 24-H