Mensen maakten kralen,
kettingen en armbanden van bot, schelpen of barnsteen.
Ze werden gedragen voor
schoonheid, maar ook als teken van status.
Antwoordinvullen op 1-V
De tijd waarin mensen leerden brons maken, een mengsel van koper en tin.
Daarmee maakten ze sterkere wapens, gereedschappen en mooie sieraden.
Antwoord invullen op 2-H
In deze periode leerden mensen ijzer bewerken.
IJzer was sterker dan brons en werd veel gebruikt voor wapens, gereedschappen en landbouw.
Antwoord invullen op 3-V
Een eenvoudig werktuig om wol of vlas tot draad te draaien.
Hiermee konden mensen stoffen maken voor kleding of dekens.
Antwoord invullen op 4-V
Grote graven gebouwd van enorme stenen.
Ze dienden als begraafplaatsen voor belangrijke mensen.
In Nederland zijn er nog steeds tientallen te vinden.
Antwoord invullen op 5-V
Een harde steensoort die
makkelijk in scherpe stukken brak.
Mensen gebruikten het om
messen, schrapers en speren te maken, maar ook om vuur te maken.
Antwoord invullen op 6-V
Een houten constructie waarmee draden werden geweven tot stof.
Het zorgde ervoor dat kleding sterker en warmer werd dan dierenhuiden.
Antwoord invullen op 7-H
Het eerste materiaal dat mensen gebruikten voor kleding en
onderkomens.
Deze ‘dingen’ hielden hen warm en beschermden tegen regen en kou.
Antwoord invullen op 8-V
De periode waarin mensen vooral stenen gebruikten om
gereedschap, wapens en
werktuigen te maken.
Deze tijd wordt verdeeld in drie delen: oud, midden en nieuw.
Antwoord invullen op 9-H
Bijzondere handelingen die
mensen uitvoerden om
bijvoorbeeld de natuur of geesten gunstig te stemmen.
Vaak hoorden dans, zang of offers erbij.
Antwoord invullen op 10-H
Een groep mensen die samen leefde en werkte.
Ze deelden voedsel, hielpen
elkaar bij de jacht en
beschermden elkaar tegen vijanden.
Antwoord invullen op 11-H
Potten en kruiken gemaakt van gebakken klei.
Mensen gebruikten ze om eten in te bewaren, te koken of water mee te vervoeren.
Antwoord invullen op 12-V
Een dorpje waar mensen
permanent gingen wonen.
Hier werkten ze samen,
verbouwden gewassen en hielden dieren. Dit gebeurde vooral in de nieuwe steentijd.
Antwoord invullen op 13-V
De kunst van het smelten,
vormen en gieten van metalen.
Het gaf mensen sterkere wapens en gereedschappen dan steen.
Antwoord invullen op 14-H
Schildering in een grot gemaakt met houtskool of gekleurde klei.
Vaak lieten mensen dieren of jachtscènes zien, waarschijnlijk ook voor rituelen.
Antwoord invullen op 15-V
. . . . . van dieren werden
gebruikt als gereedschap,
naalden, sieraden of wapens.
Niets werd verspild, alles van een dier had nut.
Antwoord invullen op 16-V
De wetenschap die de prehistorie onderzoekt door oude
voorwerpen en resten
op te graven.
Hierdoor weten we hoe mensen vroeger leefden.
Antwoord invullen op 18-H
Een landbouwgereedschap
waarmee de grond werd
omgewoeld.
Dit maakte het verbouwen van gewassen makkelijker en zorgde voor grotere oogsten.
Antwoord invullen op 19-H
Mensen werden boeren en gingen in dorpen wonen.
Ze leerden graan en peulvruchten verbouwen en dieren houden, en maakten aardewerk om voedsel in te bewaren.
Antwoord invullen op 20-V
Eén van de eerste gewassen die werd verbouwd.
Van . . . . . konden mensen brood maken en het was een goede
manier om voedsel te bewaren.
Antwoord invullen op 21-H
Het houden van dieren zoals koeien, geiten en schapen.
Mensen gebruikten ze voor melk, vlees, wol en soms ook als lastdieren.
Antwoord invullen op 22-H
Een van de oudste werktuigen
gemaakt van steen.
Het was scherp aan de randen en werd gebruikt om vlees te snijden of hout te bewerken.
Antwoord invullen op 23-H
Een persoon die in de prehistorie werd gezien als genezer en leider in geloofszaken.
Hij of zij voerde rituelen uit en stond in contact met geesten.
Antwoord invullen op 24-H